Koos Papenborg geeft stokje van wadloopgids over aan zijn zoon

26 mei 2024
Jonas Papenborg (35) uit Leeuwarden mag zich sinds kort bevoegd wadloopgids noemen. Hij neemt het stokje over van zijn vader Koos (71) uit Noord-Sleen, die al bijna 50 jaar groepen gidst op het Wad. "Wat leuk is, vind je ook na driehonderd keer niet vervelend".
 
Het is de combinatie: de inspanning én het Wad ervaren”, zegt Koos Papenborg gedecideerd over de aantrekkelijkheid van het Waddengebied. Hij filosofeert er lustig op los. ,,Het land achter het Wad is soms nog mooier, zowel op het eiland als op de Friese en Groningse kust. Soms is het mooi om er te zijn, soms om er niet te zijn. Zoals een zeeman. Een zeeman wil graag naar huis, maar eenmaal thuis mist hij de zee. Tja, wat is dat?”
Het Wad blijft trekken, ook al woont Papenborg alweer bijna veertig jaar in Noord-Sleen. Op een steenworp van Emmen, waar hij vroeger leraar was in het speciaal onderwijs. Zo trekt hij er op zijn oude dag nog altijd een keer of vijf per jaar op uit als wadloopgids. ,,Ik weet alle routes nog wel”, vervolgt hij op het terras van Land- en Zeezicht op de veerdam van Holwert met een knik naar zijn zoon. ,,Maar ik vind het plezierig als hij meegaat, zo eerlijk ben ik wel.”
GOEDE LOPER
Jonas was een Drents jochie van 4 jaar toen hij voor het eerst mee was met een zwerftocht op het Wad. ,,Hij hoefde niet mee op de rug”, zegt Koos. ,,Hij was een goede loper.” Een kleine dertig jaar en zeker honderd tochten later slaagde Jonas in Lauwersoog voor het wadloopexamen. Bijna twee uur lang is hij ondervraagd over hydrologie, het weer, het vinden van routes, getijdenkennis, de uitrusting, hoe je omgaat met groepen, de morfologie van het Wad en Eerste Hulp Bij Ongevallen.
,,Nee”, schudt Koos het hoofd. Hij zou dat examen niet halen als hij dat nu moest afleggen. ,,Wij deden het op ervaring, op gevoel. Je begon met iemand mee te lopen, daar leer je van en daarna deed je het zelf. Ik had misschien tien keer gelopen, toen ik al helemaal alleen met een groep het wad op ging. Zonder GPS en zonder radio, alleen met een horloge en een kompas.”
NIEUWE REGELS
Koos vindt het goed dat het tegenwoordig allemaal officiëler gaat. Dat er bepaalde vereisten zijn. ,,De kunst is wel het ambtelijke niet de overhand te laten krijgen. Anders gaat het avontuurlijke ervanaf”, waarschuwt hij. Want na ieder ongeluk, na ieder incident, barst de discussie los en komt er een regel bij.
,,Zoals die vrouw die een jaar of acht geleden terug was gebracht. Hier op de pier in Holwert. De laatste 10 meter kan ze zelf wel lopen dacht de gids, die terugging naar de groep. Wat denk je: de vrouw struikelt, zit vast, raakt in paniek en belt 112”, vertelt Koos op nagenoeg dezelfde plek, waar op dat moment de fotograaf binnen de kortste keren wegzakt in het slik. ,,Nu is de regel: je moet wadlopers begeleiden tot ze op de dijk staan.”
OUDSTE WADLOOPVERENIGING
Zo vroeg als Jonas was Koos er niet bij. De man die even makkelijk communiceert in het Gronings, als in het Fries, stads-Fries als Drents (hij is geboren in Haren, groeide op in Gorredijk en Dokkum, studeerde in Leeuwarden, stichtte een gezin in Middelstum en belandde voor zijn werk in Noord-Sleen) ontdekte het wadlopen pas echt toen hij in Leeuwarden hoger beroepsonderwijs volgde. Zijn stagebegeleider Sytze de Graaf (die nog altijd in Leeuwarden woont, maar niet meer wadloopt) nam hem begin jaren 70 mee. ,,Dat heeft mij gelijk gepakt.”
Sindsdien is Koos lid en gids van de Fryske Waedrinners, de oudste wadloopvereniging van Nederland. Net als zijn zoon en hun partners. Want ook zijn vrouw Siebelien (72) was tot voor kort nog wadloopgids, zoals ook Jonas’ vriendin Anouk eerder dit jaar haar papieren voor wadloopgids behaalde.
OVERTOCHT NAAR AMELAND
Iedereen kan wadlopen, maar voor de oversteek naar Ameland adviseert Jonas globaal een leeftijd tussen de 14 en 65 jaar. ,,Een goede conditie is bepalend. Deze tocht is de laatste jaren echt zwaarder geworden, dit is één van de zwaarste tochten. Het vele slik, je waadt door geulen waardoor je koud kunt worden en loopt over mosselbanken, de bodem is steeds grilliger. Natuurlijk, het hangt er vanaf hoe fit je bent. Ik kwam laatst nog iemand van 90 tegen met zijn zoon, die gaan af en toe nog samen het Wad op. En mijn moeder is een fitte vrouw. Een zwerftocht van 10 kilometer vanaf Wierum of Paesens-Moddergat doet ze zo, maar naar Ameland, wat niet veel langer is, dat gaat echt niet meer.”
Tot een jaar of vijf geleden was de pier van Holwert de startplaats voor veel wadlooptochten, nu vertrekken ze zo’n 500 meter verderop van de dijk. ,,Het is te slikkig geworden”, vertelt Jonas, waarschijnlijk een gevolg van het onophoudelijke uitdiepen van de vaargeul naar Ameland. Zo lopen de groepen al langer naar het Oerd op Ameland, in plaats van naar de Kooiduinen. ,,Ook te zwaar.”
ONDERSCHATTEN
Mensenwillen zo’n wadlooptocht van een paar uur naar Ameland nog wel eens onderschatten. Vooral als ze met een buurt- of bedrijfsvereniging komen, vergalopperen sommige deelnemers zich, vertelt Koos. ,,Dan willen ze een keer wadlopen in plaats van kegelen of naar Bobbejaanland. Nou, dan heb je mensen die een uur later op het eiland komen dan de rest.”
Een vrij nieuwe doelgroep zijn de bucketlist-lopers, signaleert Jonas. ,,Die zie je tegenwoordig echt veel meer. Veel mensen willen een keer wadlopen, het ding in Nederland dat je gedaan moet hebben.” Koos herkent dat: ,,Die kunnen kwaad worden als een tocht anders verloopt dan verwacht. Naar Brakzand, een zandplaat bij Schiermonnikoog, moest ik een keer de route verleggen vanwege kans op onweer. Liepen we langs de kust van Schiermonnikoog. Dat vinden ze dan geen uitdaging, maar je kunt niet halverwege op de bus stappen. Het mooie van het Wad raakt hen dan eigenlijk niet.”
VERLAMDE ARM
De dankbaarste wadlopers zijn de verwonderaars. Die zien ze veel. ,,Verwondering, dat is het sleutelwoord”, zegt Koos. ,,Weg met die lijstjes, je moet je blijven verwonderen. Het is soms zo fascinerend als je op Ameland komt met die knalblauwe luchten en al die verschillende wolken, dan waan je je ineens in een schilderij van Van Ruisdael!”
Zo staat vader Papenborg in het leven. Voor hem lijkt het glas altijd halfvol. Met de wadloopstok in zijn rechterhand ploegt hij door het slik, de linkerarm bungelt bewegingsloos langs zijn lijf. Verlamd. Zijn arm raakte 33 jaar geleden aan het strand in Zuid-Frankrijk door een klap van een hoge, wilde golf uit de kom, en daarna werd er medisch niet goed gehandeld. ,,Een lang verhaal, maar hiermee kun je gewoon wadlopen. Met een verlamd been had dat niet gekund, met een lamme arm gaat het prima.”
ALS MIEREN
Datwadlopen kon vroeger een massaal vermaak zijn. Anders dan nogal eens gesuggereerd heeft Koos niet het idee dat het drukker is geworden met wadlopers op het Wad. ,,In de jaren 70 staken we wel eens met vijf- à zeshonderd man over naar Engelsmanplaat. Als mieren in colonne achter elkaar aan”, zo ziet hij nog voor zich. Sindsdien zijn milieu- en veiligheidsvoorschriften – mede vanwege (bijna)ongelukken – geleidelijk strenger geworden. Een gids mag maximaal twaalf mensen op sleeptouw nemen en een groep mag niet groter zijn dan zestig wadlopers.
,,Als er drie, vier verenigingen ieder zestig mensen meenemen, dan heb je niet het gevoel dat je in je eentje op het Wad bent”, beaamt Jonas. ,,Maar het wadloopseizoen loopt van mei tot en met september. Het is echt maar een paar dagen per jaar dat het zo druk is: het getij moet goed zijn, het tijdstip gunstig en het weer mooi en het moet zaterdag zijn, dán is het druk. Maar niet zoals in het verleden dat je in colonne liep. Als je rustig in kleine groepjes wil lopen, kom dan op een andere dag.”
Toch groeit het aantal wadloopgidsen, mede vanwege de strengere eisen. Zo zijn er acht verenigingen en ziet Jonas relatief veel ‘solo-gidsen’ (zie kader). ,,Deelnemers willen een exclusievere ervaring, ze willen exclusief het Wad over”, zo luidt zijn verklaring.
GPS
De tijden zijn in meer opzichten veranderd. Vader en zoon dragen zwarte surfschoentjes in plaats van de traditionele hoge gympen, die in de jaren 90 ’s zomers elk weekeinde aan hun waslijn hingen te drogen. ,,Die vinden wij lekkerder lopen.”
En wadloopgidsen volgen vandaag de dag op de smarttelefoon het lijntje van de GPS. Waar Koos alle watertabellen nog uit de Enkhuizer Almanak haalde, is nu alles op internet te vinden. Op locatie nog wel. Vele honderden tochten heeft Koos gelopen. Toch blijft het altijd oppassen geblazen. Weinig is zo veranderlijk als het Wad. Laatst nog dacht Jonas op de route te zitten, zakte zijn vriendin Anouk ineens weg in een geul. ,,In een kokerwormenveld.”
Die onvoorspelbare natuur is wat Jonas zo aanspreekt in het Wad. ,,De enige zo goed als ongerepte natuur in Nederland. Je bent er te gast, de route wordt er bepaald door de natuur en niet door de mens. Dat spel leren snappen, dat is echt waanzinnig”, zegt de gids, die in het dagelijks leven landschapsarchitect is. Daarom loopt hij steeds vaker weer op het kompas, en laat hij de GPS onberoerd.
,,Hoe vaker je hem loopt, hoe beter je ’m snapt”, mijmert Jonas. ,,Een beetje The Old Man and the Sea ”, grijnst Koos, verwijzend naar het meesterwerk van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway. Het verhaal gaat over een oude man die verbeten een marlijn (een zwaardvis) probeert te vangen. Dat lukt uiteindelijk, al levert het hem niks op, want zijn vangst wordt kaalgevreten door haaien.
,,Het gaat over hoe hij die vis leert te snappen”, zegt Jonas, die zich glunderend realiseert dat hij de mysteries van het Wad nooit volledig zal kunnen ontrafelen. ,,Ik kan de rest van mijn leven vooruit. Absoluut, het Wad is te groot om helemaal te kunnen snappen.”
 
Bron: Dagblad van het Noorden 25-5-2024
 

 
 
 

Terug

724905 bezoekers (1195868 hits) sinds 13-4-2011
Powered by webXpress